De DSA vliegt het hele seizoen door elke vrijdag, zaterdag en zondag op zweefvliegveld Terlet, mits het weer vliegbaar is. Dat wil zeggen dat de bewolking niet te laag mag zitten, dat het weinig of liefst niet regent en dat er voldoende zicht is om veilig te kunnen vliegen. Als de weersverwachtingen er goed uitzien, wordt er ’s ochtends verzameld op de TU campus nabij de oude werkplaats (Rotterdamseweg 145). Van daaruit vertrekt de ‘combi’, onze eigen Volkswagen Transporter clubbus, uiterlijk 07.15u naar Terlet.

Eenmaal op Terlet aangekomen geeft de Dienst Doende Instructeur (DDI) bij een kop koffie de briefing voor die dag. Deze bevat onder andere informatie over het weer en andere aan vliegveiligheid gerelateerde zaken. Vervolgens worden de vliegtuigen en het overige materieel meegenomen naar het veld en monteren we de vloot. Na een grondige Dagelijkse Inspectie (DI) van de vliegtuigen en het opstellen van de lier kunnen de eerste starts gemaakt worden.

Op een normale vliegdag streven we ernaar dat iedereen 3 à 4 starts kan maken. Dit kan natuurlijk meer of minder zijn als het weer tegenzit of als het thermisch weer is en de vluchten langer zijn. Degenen die wachten op hun volgende vlucht hoeven zich niet te vervelen; zij halen de gelande kisten uit het veld, rijden nieuwe kabels uit, haken de vliegtuigen aan of helpen de kisten de lucht in vanaf de lier.

Meestal maken we lange dagen op de strip en blijven we zo lang mogelijk doorvliegen totdat iedereen genoeg starts heeft gemaakt, tot het weer het niet meer toelaat of zelfs totdat er niet genoeg licht meer is om te blijven vliegen. Na het opruimen wordt er natuurlijk samen een pilsje gedronken, wordt er samen gekookt en gegeten en worden natuurlijk alle prestaties en wanprestaties van de dag uitvoerig nabesproken. De combi is meestal pas laat in de avond terug in Delft.