De eerste jaren

De DSA begon in de jaren 30 als een reactie op de groeiende interesse voor luchtvaart onder jonge studenten in Nederland. In die tijd werd er in Nederland nog nauwelijks gevlogen en bestond er nog geen studie Lucht- en Ruimtevaarttechniek. Een drietal eerstejaars onder leiding van Dick Asjes smeedt in 1930 dan ook de eerste plannen voor een nieuwe corpsvereniging, die tevens vliegfaciliteiten zou bieden aan niet-leden. Op 30 januari 1931 vindt de oprichtingsvergadering plaats, waarna het DSC op 19 maart 1932 de DSA officieel als ondervereniging erkent. De eerste vliegdag (toen nog met motorvliegtuigen) wordt gehouden bij de Nationale Luchtvaartschool (NLS) op vliegveld Waalhaven te Rotterdam. De voorzitter van de Rotterdamse Aero Club en latere erevoorzitter van de DSA C. Kolff, verwelkomt de Delftenaren en biedt uiteraard een borrel in zijn clubhuis aan.

Naast het motorvliegen begint men in hetzelfde jaar al te denken aan zweefvliegen. Er wordt meegevlogen tijdens een KNVvL-kamp in Egmond. Samen met de Haagsche en Leidsche zweefvliegclubs wordt er vanaf 1933 meegevlogen op vliegveld Maaldrift in Wassenaar. Hier halen twee DSA leden als eerste hun A-brevet en zullen in de jaren daarna optreden als beperkt zweefvlieginstructeur. Op 18 maart 1933 vliegt de DSA voor het eerst met een eigen kist en instructeur vanaf vliegveld Ypenburg. In slechts twee jaar tijd heeft de club het voor elkaar gekregen om een zelfstandige vliegbedrijf op poten te zetten.

In 1934 komt een groepje DSA’ers, onder leiding van Asjes, Lambrechtsen, Hudig en ontwerper Hugo Lambach op het idee om een eigen motorvliegtuig te bouwen. Kort daarna start men met de bouw van de uiteindelijke PH-DSA. Dick Asjes, op dat moment voorzitter van de DSA, maakt op 3 juli 1935 de eerste vlucht. Op 1 februari 1936 wordt het toestel ter gelegenheid van het eerste lustrum gedoopt en krijgt het de naam ‘Prinses Juliana’. De vier initiatiefnemers worden benoemd tot gouden erelid.

PH-DSA ‘Prinses Juliana’

De eerste stapjes op het gebied van vliegtuigbouw zijn inmiddels gezet en de interesse blijkt groot. Dankzij samenwerking met de DSA ontstaat uiteindelijk de faculteit Vliegtuigbouw (nu Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek). Deze studie is inmiddels uitgegroeid tot een van de populairste en grootste studierichtingen in Delft. Na de oprichting van de studievereniging VSV Leonardo da Vinci van de faculteit Vliegtuigbouw, besluit de DSA zich nog slechts met de sportieve kant van het vliegen bezig te houden. Het motorvliegen wordt achterwege gelaten en zweefvliegen wordt de belangrijkste activiteit van de vereniging. Vliegveld Ypenburg blijft het thuisveld van de DSA en ook nadat de Koninklijke Luchtmacht het veld in de jaren ’50 als vliegbasis in gebruik neemt blijft de DSA vliegen buiten operationele uren.

Na de definitieve sluiting van Ypenburg in mei 1997 verhuist de DSA naar Vliegbasis Woensdrecht, in afwachting van een permanent nieuw thuisveld. Inmiddels is die oplossing gevonden en vliegt de DSA alweer enkele jaren vanaf Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet bij Arnhem.

Met dank aan T. Salverda

 

De DSA lier

Voordat onze huidige MEL zestrommellier in 2016 in gebruik genomen werd, heeft de DSA maarliefst 42 jaar genoten van onze zelfbouw tweetrommel DSA lier. De DSA lier heeft in die jaren een speciaal plekje in de harten van DSA’ers verworven dankzij de vele (vlieg)avonturen die zij ons bracht. De geschiedenis van de DSA lier gaat lang terug en begint op 16 juni 1972, wanneer de liercommissie wordt benoemd. Onder leiding van Robert van Dortmond (later overgenomen door Frits Wielaard) bouwen de heren Van Dortmond, Brevet, Gillebaard, Ledeboer en Van Bockel in minder dan een jaar tijd een nieuwe lier. Op een 6 tons Fiat 650E onderstel wordt een 6 cylinder AEC platte busdiesel (160 SAE pk) geplaatst en een bijbehorende liercabine gebouwd. Dankzij een erelid bij de Hoogovens kon hier het meeste werk verricht worden.

Op 10 maart 1973 worden rond 16.00u de eerste proefstarts gemaakt. De lier ligt dan nog voor het grootste deel open en ook de cabine is nog niet voltooid. Technisch blijkt het ontwerp te voldoen aan de verwachtingen, waarna de lier weer de hangaar in verdwijnt voor verdere afbouw. In maart 1974 is DSA lier voltooid en maakt de laatste proefstarts, voordat hij definitief in gebruik wordt genomen in april 1974. De oude lier wordt verkocht aan de Leidsche Studenten Aeroclub. Helaas blijkt de Fiat tractiemotor vele problemen te geven waarna besloten de gehele tractie reeds in 1976 te vervangen voor een DAF 1600. De oude diesel liermotor wordt ook vervangen voor een Ford V8 429. Rond 1985 krijgt deze V8 een revisie en wordt hij omgebouwd voor LPG gebruik. In 1996 krijgt de DSA lier zijn laatste tractie upgrade in de vorm van een ex-militaire DAF 1300. In 2009 volgt de laatste liermotor upgrade: wederom een Ford V8, maar dan van het type 460 met maarliefst 7.5L motorinhoud. In 2013 wordt een commissie benoemd om op zoek te gaan naar een nieuwe tractie, maar dit blijkt uiteindelijk niet nodig.

In 2015 wordt er dankzij een aantal oplettende leden een beschadigde ex-RAF MEL zestrommellier op de kop getikt, wat helaas het einde van het tijdperk van de DSA lier betekent. De nieuwe MEL heeft in 2016 het eerste seizoen gedraaid met de bekende staalkabels, maar is in de winter van 2016/2017 omgebouwd voor gebruik van Dyneema. Op naar de volgende 42 jaar dus!

Met dank aan W. Boer

De DSA lier in aanbouw (1972)
De eerste proefstarts met een nog kale DSA lier (1973)
De laatste test met een DSA lier die inmiddels voltooid is (1974)
De DSA lier in actie in zijn originele vorm op Paaskamp in Venlo (1974)
Overzetten van de DSA lier op de huidige DAF 1300 tractie (1996)
Het einde van een tijdperk (2017)
De nieuwe MEL. Links de staat van aankoop, rechts het resultaat na een winter bij de DSA (2016)